ECLI:NL:RBZWB:2023:8865

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
BRE-23_3045
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen kennisgeving kostenvergoeding niet-ontvankelijk verklaard

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een kennisgeving kostenvergoeding die de inspecteur van de belastingdienst had toegezonden naar aanleiding van een uitspraak op bezwaar. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat een kennisgeving kostenvergoeding niet vatbaar is voor bezwaar binnen het belastingrecht.

De rechtbank bevestigt dat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent, waarin alleen bezwaar en beroep mogelijk zijn tegen beslissingen die expliciet als bezwaar vatbaar zijn aangemerkt. Een kennisgeving kostenvergoeding valt hier niet onder, en ook een rentebeschikking wordt niet in de kennisgeving opgenomen.

Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. De rechtbank wijst erop dat belanghebbende het geschil eventueel aan de burgerlijke rechter kan voorleggen volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 22 december 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving kostenvergoeding is ongegrond verklaard omdat hiertegen geen bezwaar mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3045

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 20 april 2023, betreffende de kennisgeving kostenvergoeding van 13 oktober 2021, naar aanleiding van de uitspraak op bezwaar van 7 september 2021.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft een kennisgeving kostenvergoeding toegezonden aan belanghebbende naar aanleiding van een uitspraak op bezwaar. De kennisgeving is een mededeling van de financiële uitkomst van de uitspraak op bezwaar.
3. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de kennisgeving. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. In beroep voert belanghebbende aan tegen de rentebeschikking in de kennisgeving op te komen.
5. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. De kennisgeving kostenvergoeding is niet als zodanig aan te merken. Een rentebeschikking is niet opgenomen in de betreffende brief.
6. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is kennelijk ongegrond.
7. Belanghebbende kan het geschil met de inspecteur voorleggen aan de burgerlijke rechter op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 22 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.