Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 februari 2023,
- de akte houdende vermeerdering van eis, tevens houdende aanvullende producties van
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres kocht in februari 2020 een woning van gedaagde en ontdekte kort na de levering ernstige gebreken zoals huiszwam, een breuk in de gresrioleringsbuis en lekkende cv-leidingen. Diverse deskundigen concludeerden dat deze gebreken al ten tijde van de levering aanwezig waren en het normaal gebruik van de woning belemmerden.
Gedaagde betwistte de aanwezigheid van gebreken bij levering en voerde onder meer verweer op grond van klachtplicht, verzuim en een ouderdomsclausule. De rechtbank oordeelde dat eiseres tijdig had geklaagd en gedaagde in verzuim verkeerde, en dat de ouderdomsclausule niet uitsloot dat gebreken die het normaal gebruik belemmeren voor rekening van gedaagde komen.
De rechtbank stelde vast dat de gebreken herstelkosten veroorzaakten waarvoor gedaagde aansprakelijk is, met inachtneming van aftrek nieuw voor oud. Eiseres vorderde vergoeding van herstelkosten, toekomstige herstelkosten, opslagkosten en buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van opslagkosten af, maar kende de overige kosten toe, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Het subsidiaire beroep op dwaling leidde niet tot een hogere vergoeding dan de primaire vordering. Het vonnis werd tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €38.600,42 aan eiseres voor herstelkosten en schadevergoeding wegens verborgen gebreken.