ECLI:NL:RBZWB:2023:8883
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-tijdig ingediend bezwaarschrift parkeerbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De heffingsambtenaar had het bezwaar eerder niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank beoordeelt dat het bezwaarschrift inderdaad na de wettelijke termijn van zes weken is ingediend en dat belanghebbende geen verontschuldigbare reden voor de termijnoverschrijding heeft gegeven.
De dagtekening van de aanslag is 10 augustus 2022, waardoor de termijn voor bezwaar indienen eindigde op 21 september 2022. Het bezwaarschrift is op 22 september 2022 met Deutsche Post en PostNL verstuurd, wat na afloop van de termijn is. De rechtbank gaat uit van het poststempel en ziet geen reden om aan te nemen dat het eerder is verzonden.
Omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de overschrijding niet verontschuldigbaar is, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor is het beroep kennelijk ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank merkt op dat de naheffingsaanslag en aanmaningskosten inmiddels zijn vernietigd in de uitspraak op bezwaar, waardoor het procesbelang van belanghebbende mogelijk beperkt is. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig en niet verontschuldigbaar te laat is ingediend.