ECLI:NL:RBZWB:2023:8885
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-tijdig ingediend bezwaarschrift loonheffing 2019
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van loonheffing over de periode van 1 tot en met 31 juli 2019 en tegen de beslissing om niet ambtshalve loonheffing terug te geven. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank bevestigt dat het bezwaarschrift pas op 20 september 2022 is ontvangen, ruim na de wettelijke termijn die eindigde op 11 september 2019.
Belanghebbende stelde dat hij pas in februari 2022 een belastingaanslag in België ontving, waardoor hij tot de conclusie kwam dat er dubbele belasting werd geheven. Dit werd door de rechtbank niet als verontschuldiging voor het te late bezwaar geaccepteerd, omdat belanghebbende binnen de termijn wel in staat was bezwaar te maken maar dit niet deed.
Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd voor zover het beroep ziet op de ambtshalve beslissing van de inspecteur, omdat dergelijke beslissingen niet vatbaar zijn voor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. De rechtbank handhaaft het bestreden besluit en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het bezwaarschrift en de rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing.