ECLI:NL:RBZWB:2023:8889

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
BRE 23/2854
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen belastingaanslag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst inzake kostenvergoeding bij naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2019 en 2020. Dit beroep is vervolgens ingetrokken nadat de inspecteur gedeeltelijk aan het verzoek van belanghebbende tegemoet was gekomen door een aanvullende vergoeding toe te kennen.

De rechtbank beoordeelt het verzoek om proceskostenveroordeling van de inspecteur en stelt vast dat de inspecteur inderdaad tegemoet is gekomen aan belanghebbende door een aanvullende vergoeding van €592 toe te kennen bovenop de reeds betaalde €296. Hierdoor is het beroep ingetrokken.

De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en bepaalt dat de inspecteur een bedrag van €418,50 aan proceskosten aan belanghebbende moet betalen. Tevens wijst de rechtbank erop dat de inspecteur verplicht is het betaalde griffierecht van €365 te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 15 december 2023 en is zonder zitting gewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 23/2854 en 23/2855

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de inspecteur van 9 mei 2023. Hij heeft het beroep betreffende de kostenvergoedingsbeslissing bij de uitspraken op de bezwaren naheffingsaanslagen omzetbelasting over de tijdvakken 2019 en 2020 met [aanslagnummer 1] F.01.9501. en [aanslagnummer 2] F.01.0501. ingetrokken.
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 17 mei 2023 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het bestreden besluit over de kostenvergoeding. De inspecteur heeft op 1 juni 2023 medegedeeld dat belanghebbende naast de reeds betaalde vergoeding van € 296,- nog recht heeft op een aanvullende vergoeding van € 592,- wegens het bijwonen van een hoorzitting en de door de inspecteur toegepaste wegingsfactor. Hiermee is de inspecteur tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Welk bedrag aan proceskosten moet de inspecteur aan belanghebbende vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten in beroep. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 837,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. Omdat de zaak enkel ziet op de hoogte van een kostenvergoeding merkt de rechtbank de zaak als licht aan en is op de waarde de factor 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 418,50.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden. [3] . Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 15 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.