ECLI:NL:RBZWB:2023:8906
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep inkomstenbelasting en boetes
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen aanslagen inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2019, inclusief opgelegde boetes. Dit beroep is later ingetrokken. Bij intrekking verzocht belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten.
De inspecteur heeft erkend dat de boetebeschikkingen zijn vernietigd, waarmee sprake is van tegemoetkoming aan belanghebbende. Echter, de rechtbank oordeelt dat er geen aanleiding is voor een proceskostenvergoeding omdat het bezwaar- en beroepschrift niet is ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er geen bijzondere omstandigheden zijn die vergoeding rechtvaardigen.
Belanghebbende stelde dat zij kosten had gemaakt voor advies bij belastingadviseurs, maar uit de overgelegde factuur bleek niet dat deze kosten betrekking hadden op juridische of fiscale advisering voor de procedure. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af, maar benadrukt dat de inspecteur verplicht is het betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar griffierecht van €50,- moet worden vergoed.