ECLI:NL:RBZWB:2023:8920

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
BRE 22/360
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken juiste machtiging in bezwaarprocedure WOZ-waarde

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden en de gecombineerde gemeentelijke heffingen voor meerdere panden. De beroepen zijn ingediend door mr. D.A.N. Bartels, die zich als gemachtigde voordeed.

De rechtbank heeft echter vastgesteld dat er geen juiste machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat mr. Bartels bevoegd is om namens belanghebbende op te treden. Ondanks meerdere verzoeken om het verzuim te herstellen, heeft mr. Bartels geen door belanghebbende ondertekende machtiging ingediend. De ingediende machtigingen waren onjuist of niet ondertekend door belanghebbende.

Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de inhoud van de beroepen niet. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding af, omdat mr. Bartels niet bevoegd is om deze namens belanghebbende in te dienen.

Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging, waardoor de bestreden besluiten in stand blijven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/360 tot en met 22/364

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,

(gesteld gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en

De heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 28 december 2021. De beroepen zien op de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van de panden [adres 1] te [plaats 1] , [adres 2] te [plaats 2] , [adres 3] te [plaats 2] , [adres 4] te [plaats 3] en [adres 5] 1 te [plaats 4] met [aanslagnummer] alsmede de gelijktijdig opgelegde aanslagen gecombineerde gemeentelijke heffingen.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat mr. D.A.N. Bartels geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging overgelegd?
4. De beroepschriften zijn ingediend door mr. D.A.N. Bartels. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij de beroepschriften echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om deze de beroepen in te stellen namens . De rechtbank heeft hem bij brief van 4 februari 2022 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Mr. D.A.N. Bartels heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.
5. Bij brief van 30 maart heeft mr. D.A.N. Bartels een machtiging ingediend. Deze machtiging is niet ondertekende door belanghebbende, maar door twee andere personen.
6. Bij aangetekende brief van 13 december 2022 is daarom nogmaals verzocht om een correcte en door belanghebbende ondertekende machtiging in te dienen.
7. Mr. D.A.N. Bartels heeft met dagtekening 27 december 2022 twee nieuwe machtigingen ingediend. Eén machtiging is niet op naam en ook niet ondertekend en één machtiging is op naam van iemand anders dan belanghebbende.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
8. Mr. D.A.N. Bartels heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit de beroepschriften blijkt dat mr. D.A.N. Bartels niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding
10. Nu niet is gebleken dat mr. D.A.N. Bartels is gemachtigd om namens belanghebbende te procederen is naar het oordeel van de rechtbank mr. D.A.N. Bartels ook niet bevoegd om namens belanghebbende een verzoek te doen om immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding. De rechtbank wijst de verzoeken dan ook af.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 19 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.