Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] uit [plaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 36,36;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 163,64;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 104,62 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 104,63 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar € 24,50, de helft van het griffierecht, aan belanghebbende moet vergoeden;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden € 24,50, de helft van het griffierecht, aan belanghebbende moet vergoeden.