Uitspraak
[gedaagde] B.V.,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak vordert eiser bij wijze van voorlopige voorziening betaling van achterstallig loon, niet opgenomen vakantiedagen en incassokosten van gedaagde, een besloten vennootschap die verstek liet gaan. De procedure vond plaats in kort geding bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde.
Eiser stelt dat hij gedurende zijn dienstverband geen loon heeft ontvangen en daardoor in financiële problemen is geraakt. Gedaagde heeft ondanks behoorlijke dagvaarding niet gereageerd en niet aan de betalingsverplichtingen voldaan. De kantonrechter beoordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de vorderingen voldoende kans van slagen hebben in een bodemprocedure.
De rechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het bruto loon over de periode april tot en met augustus 2023, inclusief vakantietoeslag en wettelijke verhoging, evenals de vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens wordt gedaagde verplicht binnen vijf dagen na betekening deugdelijke bruto/netto salarisspecificaties te verstrekken, onder dreiging van een dwangsom. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt verstekelijk veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiedagen, incassokosten en proceskosten, met oplegging van dwangsom voor niet-verstrekking salarisspecificaties.