ECLI:NL:RBZWB:2023:8951

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 oktober 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
10661376 VV EXPL 23-68 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Sierkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering en vakantiedagen in kort geding wegens niet-betaald loon

In deze zaak vordert eiser bij wijze van voorlopige voorziening betaling van achterstallig loon, niet opgenomen vakantiedagen en incassokosten van gedaagde, een besloten vennootschap die verstek liet gaan. De procedure vond plaats in kort geding bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde.

Eiser stelt dat hij gedurende zijn dienstverband geen loon heeft ontvangen en daardoor in financiële problemen is geraakt. Gedaagde heeft ondanks behoorlijke dagvaarding niet gereageerd en niet aan de betalingsverplichtingen voldaan. De kantonrechter beoordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de vorderingen voldoende kans van slagen hebben in een bodemprocedure.

De rechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het bruto loon over de periode april tot en met augustus 2023, inclusief vakantietoeslag en wettelijke verhoging, evenals de vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens wordt gedaagde verplicht binnen vijf dagen na betekening deugdelijke bruto/netto salarisspecificaties te verstrekken, onder dreiging van een dwangsom. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt verstekelijk veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiedagen, incassokosten en proceskosten, met oplegging van dwangsom voor niet-verstrekking salarisspecificaties.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaaknummer 10661376 VV EXPL 23-68
vonnis van 23 oktober 2023
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. drs. A.H. den Draak, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
statutair gevestigd te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden door de kantonrechter hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Het procesverloop blijkt uit de dagvaarding van 24 augustus 2023 met producties. Bij
e-mail van 18 oktober 2023 heeft [gedaagde] de kantonrechter bericht dat er voor haar een faillissementsaanvraag zal worden ingediend.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2023. [eiser] was daarbij aanwezig, bijgestaan door mr. Den Draak. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
[eiser] vordert om bij wijze van voorlopige voorziening, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad- samengevat- [gedaagde] te veroordelen:
- tot betaling van achterstallig loon van € 12.358,53 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- tot betaling van € 516,55 bruto aan niet opgenomen vakantiedagen inclusief vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, waaronder de nakosten;
- tot afgifte van deugdelijke bruto/netto specificaties, op straffe van verbeurte van een dwangsom.
2.2
[gedaagde] , is hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen, zodat tegen haar verstek is verleend.
2.3
De kantonrechter dient in deze procedure te beoordelen of [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen en of aannemelijk is dat de vorderingen van
[eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het -mede gelet op de belangen van partijen over en weer- gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van de voorzieningen zoals gevorderd.
2.4
Het spoedeisend belang van de gevorderde voorzieningen is gelegen in de aard van de vorderingen. [eiser] heeft gedurende het dienstverband geen loon uitgekeerd gekregen. Hij is hierdoor in de financiële problemen geraakt.
2.5
De gevorderde voorzieningen komen de kantonrechter bovendien niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze toewijsbaar zijn. De dwangsom wordt gemaximeerd als in de beslissing is vermeld.
2.6
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser] . Die kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 906,13 (bestaande uit € 133,13 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht en een bedrag van € 529,00 aan gemachtigdensalaris.
2.7
Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de door [eiser] gevraagde nakosten een executoriale titel op. Dit betekent dat als [eiser] na deze uitspraak ook nog kosten zou moeten maken (de nakosten), [gedaagde] daarvoor nog een bedrag zal moeten betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de eventuele betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (zie ook de uitspraak van de Hoge Raad ECL:NL:2022:853).

3.De beslissing in kort geding

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:
a. een bedrag van € 12.358,53 bruto (inclusief vakantietoeslag) aan loon over de periode van 18 april 2023 tot en met 31 augustus 2023, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf datum verzuim tot aan de dag van de volledige betaling;
b. een bedrag van € 516,55 bruto (inclusief vakantietoeslag) aan niet opgenomen vakantiedagen, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf de datum verzuim tot aan de dag van de volledige betaling;
c. een bedrag van € 1.003,75 aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt [gedaagde] om binnen 5 dagen na de betekening van dit vonnis, aan [eiser] deugdelijke bruto/netto salarisspecificaties over de maanden april 2023 tot en met augustus 2023 te verstreken, op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat [eiser] ter zake van de verstrekking van die specificaties in gebreke zal blijven, met een maximum van € 2.000,00;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiser] , vastgesteld op een bedrag van
€ 906,13;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad [1] ;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Sierkstra en is in het openbaar uitgesproken op
23 oktober 2023.

Voetnoten

1.Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen in het vonnis uitgevoerd moeten worden ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.