ECLI:NL:RBZWB:2023:8964

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
23-009951
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • L.C.A.M. Los
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na niet-ontvankelijkverklaring OM

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 november 2023 een verzoek ex artikel 530 Sv Pro van een verzoeker die in een strafzaak door het Openbaar Ministerie op 3 februari 2023 niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoeker vroeg vergoeding van gemaakte kosten voor rechtsbijstand ad €5.431,69 plus een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

Tijdens de raadkamerzitting werd toegelicht dat de procedure vijftien maanden duurde, mede door een aanhouding en nadere bestudering van jurisprudentie. De advocaat voerde aan dat het gereduceerde uurtarief van €180 per uur en de omvang van de bestede uren redelijk waren. Het Openbaar Ministerie stond het verzoek toe, gezien de duur en het verloop van de procedure.

De rechtbank oordeelde dat de kosten voldoende waren onderbouwd en billijk waren toe te kennen, mede omdat de duur van de procedure grotendeels aan het Openbaar Ministerie te wijten was. De rechtbank wees het verzoek toe tot een totaalbedrag van €6.111,69, bestaande uit de kosten rechtsbijstand en de forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift. De beslissing werd op 24 november 2023 uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en behandeling verzoekschrift wordt toegewezen tot een bedrag van €6.111,69.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-038262-22
raadkamernummer : 23-009951
datum : 22 november 2023
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 17 april 2023, in de zaak:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam (Roelof Hartstraat 31, 1071 VG Amsterdam),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 5.431,69, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 3 februari 2023 waarbij het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 22 november 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M.E.W.G. Stals en mr. O.F. Qane als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord. Mr. O.F. Qane nam waar voor zijn kantoorgenoot mr. J.P. Plasman.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat het Openbaar Ministerie op 3 februari 2023 in de strafzaak tegen hem niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoeker stelt kosten te hebben gemaakt voor rechtsbijstand en verzoekt hem daarvoor een vergoeding ter hoogte van
€ 5.431,69 toe te kennen, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.
In raadkamer voerde de advocaat aan dat de bestede uren niet onredelijk zijn gelet op de duur van de procedure. De procedure heeft in zijn geheel, mede doordat de zaak een keer is aangehouden, vijftien maanden geduurd. Gedurende de procedure heeft er veelvuldig contact plaatsgevonden met verzoeker en heeft verzoeker een actieve rol gespeeld in de voorbereiding van de zaak. In dit geval moet de omvang van het dossier los worden gezien van het aantal uren dat aan de zaak is besteed. Verzoeker heeft rechtsbijstand ontvangen tegen een zeer gereduceerd tarief van € 180,00 per uur. Er zijn kosten in rekening gebracht voor het bestuderen van jurisprudentie. Op de zitting van 25 augustus 2022 heeft de politierechter gewezen op een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die zag op een specifiek juridisch vraagstuk dat nadere bestudering noodzakelijk maakte. Ten slotte heeft de advocaat namens mr. Plasman expliciet gewezen op het feit dat een declaratie van hem nooit eerder is afgewezen. Er wordt nogmaals verzocht om het verzoekschrift in zijn geheel toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het verzoek van de advocaat dient te worden toegewezen. Het betreft een summier dossier van vijftien pagina’s, maar gelet op het verloop van de procedure komt het de officier van justitie niet onredelijk voor dat er door mr. Plasman 17,5 uur aan de strafzaak is besteed.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 5.431,69is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank is van oordeel dat de duur van de procedure - en het mede daardoor aan de zaak bestede uren - grotendeels aan het Openbaar Ministerie is te wijten. Tijdens de politierechterzitting van 25 augustus 2022 is het Openbaar Ministerie gewezen op een mogelijke niet-ontvankelijkheid, maar heeft het gesteld wel ontvankelijk te zijn en is de zaak aangehouden voor het horen van de verzochte getuige. De gemaakte kosten voor de rechtsbijstand zijn mede hierdoor opgelopen. Daarnaast blijkt uit het verzoekschrift dat er een gereduceerd uurtarief is gehanteerd.. De rechtbank zal het verzochte bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 6.111,69, bestaande uit:
- € 5.431,69 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 6.111,69zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden Plasman Advocaten te Amsterdam onder vermelding van ‘’ [kenmerk] ’’.
Deze beslissing is op 24 november 2023 gegeven door mr. L.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van K. Verdult, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).