Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg, de heffingsambtenaar,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- Dat de WOZ-waarde voor belastingjaar 2020, waardepeildatum 1 januari 2019, wordt vastgesteld op € 365.000;
- Dat de WOZ-waarde voor belastingjaar 2021, waardepeildatum 1 januari 2020, wordt vastgesteld op € 375.000;
- Dat de aanslagen OZB dienovereenkomstig dient te worden verminderd;
- Dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van het betaalde griffierecht;
- Dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van immateriële schade en een vergoeding van de proceskosten in beroep, waarbij telkens wordt uitgegaan van twee samenhangende zaken.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor belastingjaar 2020 gegrond;
- verklaart het beroep voor belastingjaar 2021 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor belastingjaren 2020 en 2021 ;
- vermindert de WOZ-waarde van de woning voor belastingjaar 2020 tot een bedrag van € 365.000;
- vermindert de WOZ-waarde van de woning voor belastingjaar 2021 tot een bedrag van € 375.000;
- vermindert de aanslagen OZB voor belastingjaren 2020 en 2021 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 50;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.674 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden.