ECLI:NL:RBZWB:2023:8991
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens ontbreken nieuw feit en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende diende op 31 maart 2014 zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013 in, met een negatief resultaat uit overige werkzaamheden van € 17.200 uit een participatie in een fonds. De inspecteur stelde daarop vragen en ontving verschillende stukken van belanghebbende, waaronder een invulinstructie, jaarrekening en stortingsbewijs. Na een derdenonderzoek bij het fonds legde de inspecteur op 14 oktober 2015 de primitieve aanslag conform de aangifte op.
De inspecteur legde later een navorderingsaanslag op, stellende dat het derdenonderzoek een nieuw feit opleverde dat navordering rechtvaardigde. Belanghebbende betwistte dit, stellende dat alle relevante stukken al waren verstrekt. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat het derdenonderzoek nieuwe feiten bevatte en vernietigde daarom de navorderingsaanslag.
Daarnaast kende de rechtbank belanghebbende een vergoeding van immateriële schade toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure. De redelijke termijn was vastgesteld op 54 maanden, terwijl de procedure 63 maanden duurde. De vergoeding bedroeg € 1.000. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens het ontbreken van een nieuw feit en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding.