ECLI:NL:RBZWB:2023:8995
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtshalve vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens ontbreken bron van inkomen
Belanghebbende heeft een eenmanszaak gehad die van 18 april 2018 tot 31 oktober 2018 was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting 2018 op waarbij de ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling werden geweigerd. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd behandeld als een verzoek om ambtshalve vermindering, maar dit verzoek werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn activiteiten een bron van inkomen vormen. Er is geen omzet behaald en er zijn geen kosten gemaakt, en er is geen bewijs van deelname aan het economisch verkeer of redelijkerwijs te verwachten voordeel. Hierdoor is geen recht op ondernemersfaciliteiten.
Ook heeft belanghebbende geen arbeidsinkomen boven de drempel en komt hij niet in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek, zodat geen recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) bestaat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een bron van inkomen en geen recht op ondernemersfaciliteiten of IACK bestaat.