Op 31 mei 2023 stichtte verdachte in Yerseke brand in een loods, waardoor deze deels afbrandde en er gevaar ontstond voor de goederen in de loods. Verdachte werd tevens verdacht van vernieling van afvalbakken en prullenbakjes in de periode van 29 tot 31 mei 2023.
Tijdens de zitting op 6 december 2023 heeft de officier van justitie bewezenverklaring gevorderd voor de brandstichting, maar vrijspraak voor de vernielingen. De rechtbank achtte het bewijs voor vernieling onvoldoende, mede omdat camerabeelden niet lieten zien dat verdachte het toiletgebouw betrad en de aard van de schade aan de afvalbakken onduidelijk was.
De rechtbank verklaarde verdachte schuldig aan brandstichting met gemeen gevaar voor goederen. Er waren geen strafuitsluitingsgronden. Uit het strafblad bleek een eerdere veroordeling voor inbraak, en een psychologisch rapport constateerde een persoonlijkheidsstructuur met vermijdende en afhankelijke trekken, zonder invloed op het handelen bij het delict.
De reclassering adviseerde een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden vanwege de problematiek van verdachte en het hoge recidiverisico. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en stelde de geadviseerde bijzondere voorwaarden vast. De dadelijke uitvoerbaarheid werd afgewezen.