Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 december 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het opzettelijk vervoeren van circa 427 kilogram cocaïne. De officier van justitie stelde dat verdachte wetenschap had van de drugs en beschikkingsmacht over de cocaïne had, onder meer op basis van vluchtgedrag en tegenstrijdige verklaringen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de aanwezigheid van cocaïne en een geloofwaardige uitleg gaf over zijn aanwezigheid in de bestelbus, namelijk het helpen bij een verhuizing. De rechtbank stelde vast dat de aanwezigheid van de drugs in de bestelbus onomstotelijk was, maar dat dit op zichzelf onvoldoende was om wetenschap bij verdachte aan te nemen.
De rechtbank overwoog dat verdachte geen zicht had op de drugs, geen DNA of vingerafdrukken op de pakketten waren aangetroffen, en dat verdachte niet betrokken was bij het inladen van de bus. Ook het vluchtgedrag en de duwactie waren onvoldoende om wetenschap te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over de cocaïne.