Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
“Dat kan ik me niet voorstellen. Ik kan dat nooit bewust hebben gedaan, maar natuurlijk wist ik dat zij minderjarig was. Ik durf het niet te zeggen, ik weet het niet”.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan feit 1 primair;
een gevangenisstraf van 31 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 80 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
40 dagen.