Partijen sloten op circa 30 september 2020 een huurovereenkomst voor een gemeubileerde kamer met gezamenlijk gebruik van woonvoorzieningen tegen een maandelijkse huurprijs van €425. VKL International B.V. vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand en niet-betaling, wat door de kantonrechter in een verstekvonnis werd afgewezen, maar waarbij betaling van achterstallige huur en kosten werd toegewezen.
De huurder kwam in verzet en betwist dat sprake is van huur van woonruimte, omdat het adres slechts als briefadres werd gebruikt en de huur telefonisch per 1 januari 2023 zou zijn opgezegd. Hij stelde dat de dagvaarding onjuist was betekend omdat hij niet meer op het adres stond ingeschreven.
De kantonrechter oordeelde dat de dagvaarding geldig was, omdat het adres op het moment van betekening volgens de BRP nog als briefadres geregistreerd stond en de gerechtsdeurwaarder geen reden had om aan de juistheid te twijfelen. Verder is op basis van de getekende overeenkomst voorshands bewezen dat sprake is van huur van woonruimte, maar de huurder krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren dat het om een briefadres ging en dat de overeenkomst per 1 januari 2023 is beëindigd.
De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering, waarbij de huurder bewijsstukken en getuigen kan aanvoeren. De kantonrechter bepaalt verdere procedurele termijnen en spreekt het tussenvonnis uit op 20 december 2023.