Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 augustus 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft werkzaamheden uitgevoerd op basis van een overeenkomst tot aanneming van werk, waarbij gebreken zijn vastgesteld en schade aan de vloer is ontstaan. Gedaagde heeft de gebreken zelf hersteld zonder eiser in de gelegenheid te stellen dit te doen, en heeft de herstelkosten en schade aan de vloer verrekend met de factuur.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zich niet kan beroepen op de tenzij-bepaling van artikel 7:759 lid 1 BW Pro, omdat onvoldoende is onderbouwd dat het vertrouwen in eiser was geschaad en dat er sprake was van een verstoorde relatie. Hierdoor verkeert gedaagde in schuldeisersverzuim.
De herstelkosten worden begroot op €1.000,00 en de schade aan de vloer op €1.061,98, welke bedragen mogen worden verrekend met de factuur. Gedaagde is daarom gehouden het resterende bedrag van €3.321,53 aan eiser te betalen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden eveneens aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde moet €3.321,53 betalen aan eiser, vermeerderd met rente en incassokosten, na verrekening van herstel- en vloerschadekosten.