ECLI:NL:RBZWB:2023:9083
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek hypotheekrente restschuld eigen woning; beroep vertrouwensbeginsel faalt
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 2019. Hij wilde aftrek van hypotheekrente in verband met een restschuld die was ontstaan bij de verkoop van zijn eigen woning. De rechtbank stelt vast dat de woning op 18 december 2008 is verkocht, terwijl de wet alleen restschulden na 29 oktober 2012 erkent voor aftrek.
Belanghebbende betoogde dat hij pas in 2016 van de restschuld wist en vanaf 2017 rente betaalde, maar de rechtbank benadrukt dat het moment van verkoop leidend is voor aftrek. Daarnaast faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen toezegging is gedaan dat een nieuwe aangifte tot aftrek zou leiden. De inspecteur heeft steeds gemotiveerd geweigerd de aftrek toe te staan.
De rechtbank concludeert dat de inspecteur terecht het verzoek om ambtshalve vermindering heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verzoek om ambtshalve vermindering terecht afgewezen.