Partijen zijn sinds 2013 verbonden door een huurovereenkomst voor een woning. Verhuurder vordert ontbinding en ontruiming wegens vermeende ernstige en structurele overlast door huurder en het niet als goed huurder gedragen, waaronder het plaatsen van camera’s zonder toestemming.
De rechtbank erkent dat huurder tekort is geschoten door overlast te veroorzaken, zoals geluidsoverlast door een haan, vuurwerk, schunnige muziek en rookoverlast. Echter, deze overlast is niet structureel of ernstig genoeg om ontbinding te rechtvaardigen. Bovendien heeft verhuurder onvoldoende duidelijk en tijdig gewaarschuwd over de gevolgen van het gedrag van huurder.
De rechtbank benadrukt het belang van het woonrecht van huurder en haar minderjarige kinderen, en dat ontbinding een ultimum remedium is. Verhuurder heeft onvoldoende alternatieve middelen ingezet, zoals buurtbemiddeling, en heeft niet voldoende afspraken gemaakt met huurder.
De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt daarom afgewezen. Huurder wordt als gewaarschuwd beschouwd en dient haar gedrag te verbeteren, waarbij professionele hulp mogelijk een rol kan spelen. Verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.