Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is opgenomen in een GGZ-instelling vanwege een crisissituatie veroorzaakt door een psychische stoornis, vermoedelijk schizofreniespectrumstoornis. De crisismaatregel werd op 1 december 2023 opgelegd en de officier van justitie verzocht op 4 december 2023 om verlenging hiervan. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 december 2023 was betrokkene aanwezig met haar advocaat, evenals een verpleegkundig specialist, maar de officier van justitie was niet aanwezig.
Betrokkene gaf aan haar verblijf vrijwillig te willen voortzetten, maar weigerde medicatie en deed onsamenhangende uitlatingen. De verpleegkundig specialist rapporteerde fysiek agressief en risicovol gedrag voorafgaand aan opname en een wisselend toestandsbeeld tijdens opname. Hij achtte verplichte medicatie en andere zorgvormen noodzakelijk voor stabilisatie en veiligheid.
De advocaat van betrokkene sloot zich aan bij het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel, gelet op het medische advies en de medische verklaring. De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door de psychische stoornis, dat de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk en evenredig is, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De rechtbank verleende daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, inclusief medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie, tot en met 27 december 2023. Het overige verzoek werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot 27 december 2023.