Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, geboren in 1944, die lijdt aan frontotemporale lobaire degeneratie. Cliënt verblijft momenteel in een zorginstelling na een crisisopname vanwege ernstig gedrag dat voortkomt uit zijn psychogeriatrische aandoening.
Tijdens de mondelinge behandeling op 6 december 2023 werden cliënt, zijn advocaat, een GZ-psycholoog, een verpleegkundige en familieleden gehoord. De GZ-psycholoog bevestigde de diagnose en het risico op onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door agressief en grensoverschrijdend gedrag, zelfverwaarlozing en explosief karakter. De verpleegkundige en familieleden onderschreven dit beeld.
Cliënt erkent de noodzaak van de zorg maar wenst op termijn door te stromen naar een meer zelfstandige woonvorm. De advocaat van cliënt betwist niet dat aan de wettelijke vereisten voor voortzetting is voldaan, maar verzoekt afwijzing van het verzoek omdat cliënt feitelijk meewerkt en geen langdurige opname wenst.
De rechtbank oordeelt dat het ernstig nadeel niet kan worden afgewacht en dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en proportioneel is. De machtiging wordt verleend voor zes weken tot en met 17 januari 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.