Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt met de ziekte van Alzheimer voor de duur van zes maanden. De cliënt, geboren in 1931, vertoonde symptomen van angst, achterdocht, desoriëntatie en onvoldoende zelfzorg, ondanks medicatie en mantelzorg. Tijdens de mondelinge behandeling werden cliënt, haar advocaat, bewindvoerder, casemanager dementie, wijkverpleegkundige, mentor en een zus gehoord.
De casemanager en wijkverpleegkundige bevestigden de ernst van de psychogeriatrische aandoening en het toenemende nadeel, waaronder verwaarlozing en veiligheidsrisico's. Er was een zorgplek beschikbaar in Breda en Gouda, waarbij cliënt voorkeur uitte voor Gouda. De bewindvoerder meldde dat een kamer in Gouda was gereserveerd en financieel geregeld voor de komende jaren. Cliënt verzette zich echter wisselend tegen opname en locatiekeuze.
De rechtbank oordeelde dat de opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn en dat voldaan is aan de wettelijke criteria van de Wet zorg en dwang. De machtiging werd verleend voor zes maanden, tot uiterlijk 21 mei 2024, met openstelling van het rechtsmiddel van cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door de ziekte van Alzheimer.