Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 november 2023 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die in november 2023 crisisopname onderging na een psychose vermoedelijk veroorzaakt door middelengebruik en slaaptekort.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, zijn advocaat, ouders, een co-assistent en een psychiater aanwezig. Betrokkene gaf aan dat hij aan de beterende hand is en graag terugkeert naar zijn ouders om zijn werk te hervatten. De psychiater bevestigde dat de acute psychose en het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel niet langer aanwezig zijn, maar benadrukte het belang van een vangnet om herhaling te voorkomen.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat de wettelijke criteria voor verplichte zorg niet meer worden vervuld. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende aannemelijk is dat betrokkene nog steeds onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ondervindt en dat betrokkene bereid is de noodzakelijke nazorg te accepteren.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer aanwezig is.