ECLI:NL:RBZWB:2023:9125

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 november 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
C/02/416296 / FA RK 23/5503
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Broeders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 november 2023 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die sinds 23 november 2023 onder een crisismaatregel viel.

Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, zijn advocaat, een casemanager, een basisarts en de stiefvader van betrokkene aanwezig en gehoord. De psychiater gaf aan dat er vermoedelijk sprake was geweest van een psychose veroorzaakt door drugsgebruik, maar dat deze psychotische symptomen inmiddels waren verdwenen en er geen sprake meer was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

De stiefvader betoogde dat betrokkene geen middelen had gebruikt in de afgelopen weken en dat hij ernstige psychische problematiek heeft. De advocaat van betrokkene verzocht namens hem het verzoek tot voortzetting af te wijzen omdat niet aan de wettelijke criteria werd voldaan.

De rechtbank oordeelde dat hoewel er aanvankelijk sprake was van ernstig nadeel, dit nu niet meer het geval is. De crisismaatregel kon daarom niet worden voortgezet en het verzoek werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen omdat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke criteria.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/416296 / FA RK 23/5503
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 27 november 2023van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
thans verblijvende in de accommodatie Stichting GGz Breburg, [adres] te [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
waarnemend advocaat: mr. M. Timmermans-Roelands te Bergen op Zoom.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 november 2023, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 23 november 2023 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Breda tot het nemen van de crisismaatregel van 23 november 2023;
- de medische verklaring van 23 november 2023;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie en politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 november 2023, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam 1] ;
- de stiefvader van betrokkene.
Tevens waren aanwezig, maar zijn niet gehoord:
- mevrouw [naam 2] , casemanager;
- de heer [naam 3] , basisarts;
- [naam 4] .
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen voor de navolgende zorgvormen:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- opnemen in een accommodatie.

3.Standpunten

3.1
Op de vraag van de behandelend rechter hoe het met hem gaat geeft betrokkene geen reactie. Later tijdens de mondelinge behandeling merkt hij op “dit moet niet nog langer zo door blijven gaan, anders maak ik er een eind aan” en “ik heb al zoveel moeten doorstaan”.
3.2
De psychiater brengt naar voren dat er een vermoeden is dat er sprake is geweest van een psychose die direct het gevolg is van drugsgebruik en van daaruit veroorzaakt ernstig nadeel dat tot een crisisopname heeft geleid. Het opmerkelijk vlot opklaren van het psychotisch toestandsbeeld bij betrokkene sterkt haar in dat vermoeden. Er is nu geen sprake meer van een psychotisch toestandsbeeld en ook niet van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Een voortzetting van de crisismaatregel is daarom niet meer noodzakelijk.
3.3
De stiefvader van betrokkene merkt op dat hij zich niet kan vinden in hetgeen de psychiater naar voren heeft gebracht. Hij is er zeker van dat betrokkene in de afgelopen drie weken geen middelen heeft gebruikt. Wel kampt hij met ernstige psychische problematiek. Er zou voor betrokkene al in september 2023 een beschermde woonplek beschikbaar komen. In plaats daarvan verblijft hij nu op een locatie waar hij niet thuis hoort.
3.4
Onder verwijzing naar de mondelinge toelichting van de psychiater verzoekt de waarnemend advocaat van betrokkene namens haar cliënt om het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af te wijzen, nu aan de daarvoor geldende wettelijke criteria op dit moment niet wordt voldaan.

4.Beoordeling

4.1
Uit de overgelegde stukken blijkt dat er ten aanzien van betrokkene sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, acute maatschappelijke teloorgang en het door betrokkene met hinderlijk gedrag oproepen van agressie van een ander. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
4.2
Vast is komen te staan op grond van de mondelinge toelichting van de psychiater dat er geen sprake meer is van psychotische verschijnselen en dat de mogelijke oorzaak van de psychotische verschijnselen die er waren wordt gezocht in middelengebruik.
4.3
Dit betekent dat aan de wettelijke vereisten voor een voortzetting van de crisis-maatregel op dit moment niet wordt voldaan. Daarom zal het verzoek worden afgewezen.

5.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr Broeders, rechter en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2023 in tegenwoordigheid van Baremans als griffier, en op 13 december 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.