Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een opvolgende rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van cliënt, geboren in 1931, vanwege haar psychogeriatrische aandoening, vermoedelijk vasculaire dementie. De aanvraag werd ondersteund door een medische verklaring en eerdere indicatiebesluiten.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf cliënt aan zich niet thuis te voelen in de huidige zorginstelling en wenste zij elders, bij voorkeur zelfstandig, te wonen. Haar familie steunt deze wens. De coördinerend verzorgende en psycholoog bevestigden het dementieel ziektebeeld en constateerden een achteruitgang in haar toestand, waarbij zelfstandig wonen zonder ernstig nadeel niet mogelijk wordt geacht.
De advocaat van cliënt voerde aan dat opname vrijwillig kan worden voortgezet zolang er geen geschikte alternatieve locatie is, en dat het opnameverleden van cliënt beperkingen stelt aan de duur van een opvolgende machtiging.
De rechtbank oordeelde dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met ernstig nadeel, dat opname noodzakelijk en geschikt is, en dat geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn. Ondanks het verzet van cliënt werd de machtiging verleend, maar beperkt tot een periode van twee jaar vanwege haar opnameverleden.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van twee jaar.