ECLI:NL:RBZWB:2023:9160
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Rouwen
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens huurachterstand ondanks persoonlijke omstandigheden huurder
De zaak betreft een kort geding waarin eiser ontruiming van een woning vordert vanwege een huurachterstand van €5.672,40 over vijf maanden. Huurder erkent de achterstand, maar beroept zich op tijdelijke betalingsonmacht door beslaglegging op haar inkomen en persoonlijke omstandigheden, waaronder een auto-immuunziekte en het belang van haar meerderjarige zoon.
De kantonrechter stelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat huurder de lopende huur niet kan betalen zolang het beslag voortduurt. Hoewel de bodemprocedure al op korte termijn gepland staat, is niet zeker dat daar een eindvonnis wordt gewezen. Het beroep van huurder op opschorting en verrekening wegens gebreken faalt wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand een tekortkoming vormt die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Het verweer dat de persoonlijke omstandigheden een uitzondering vormen op ontbinding wordt niet gevolgd, mede omdat huurder momenteel een alternatieve woonruimte heeft. De belangenafweging weegt in het voordeel van eiser.
De ontruiming wordt vastgesteld op uiterlijk 1 februari 2024. Huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van €786,85. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met ontruiming uiterlijk 1 februari 2024.