Op 14 september 2023 pleegde verdachte samen met een ander een bedrijfsinbraak in een kledingzaak te Ulvenhout, waarbij met grof geweld een grote hoeveelheid kleding werd weggenomen. De inbraak vond plaats met gebruik van een hamer en het forceren van een deur, waarbij aanzienlijke schade werd veroorzaakt. Verdachte werd aangehouden en bekende ter zitting.
De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op basis van aangifte, proces-verbaal en de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte was ten tijde van het feit voorwaardelijk in vrijheid gesteld na eerdere veroordelingen voor soortgelijke vermogensdelicten.
De rechtbank oordeelt dat de ernst van het feit, de planmatige aanpak en het justitiële verleden van verdachte een gevangenisstraf van zeven maanden rechtvaardigen, met aftrek van voorarrest. De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van €7.221,91, waarvan de rechtbank €5.555,30 toewijst voor materiële schade. Verdachte en zijn mededader zijn hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade.
De voorlopige hechtenis wordt niet opgeheven. De rechtbank legt tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalt dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast. De overige vorderingen van de benadeelde partij worden niet-ontvankelijk verklaard en kunnen bij de burgerlijke rechter worden ingediend.