Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de akte houdende overlegging bijgevoegde producties van Mammoet met producties 1 t/m 10,
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties 1 t/m 18,
- de conclusie van repliek in conventie, houdende vermindering van eis, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties 11 t/m 29,
- de akte houdende vermeerdering van eis in conventie, tevens overlegging producties, met producties 30 t/m 51,
- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie, alsmede antwoordakte eisvermeerdering in conventie, met producties 19 t/m 23,
- de conclusie van dupliek in reconventie, met producties 52 t/m 55,
- de antwoordakte van Mammoet,
- de antwoordakte eisvermeerdering van [gedaagde in conventie] , met productie 24,
- de akte overlegging nadere producties van Mammoet, met producties 56 t/m 59,
- productie 25 van [gedaagde in conventie] ,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 10 februari 2022 met daaraan gehecht de door Mammoet en [gedaagde in conventie] overgelegde spreekaantekeningen.
2.Het geschil
in conventie
3.De beoordeling
in conventie en in reconventie
- [factuurnummer 1] d.d. 11 oktober 2018 ad € 99.666,54
- [factuurnummer 2] d.d. 11 oktober 2018 ad € 98.423,28
- [factuurnummer 3] d.d. 31 oktober 2018 ad € 13.915,00
- [factuurnummer 5] d.d. 15 november 2018 ad € 45.336,00
‘Extra engineering adhv nieuwe COG’s en gewichten + nieuwe uitgangspunten’van de gefactureerde bedragen (dit betreft post 1 van het meerwerkoverzicht door Mammoet overgelegd als productie 26) door haar geen integraal akkoord is gegeven. Mammoet heeft ook nooit onderbouwd voor welke door [gedaagde in conventie] gevraagde afwijking welke extra engineering nodig zou zijn geweest.
‘Schrijven nieuwe method statement’(dit betreft post 2 van het meerwerkoverzicht, productie 26 van Mammoet) voert [gedaagde in conventie] aan dat zij niet akkoord is gegaan met deze post. [gedaagde in conventie] voert aan dat zij aan Mammoet heeft meegedeeld dat met het schrijven van het method statement de eerste keer een beduidend lager bedrag gemoeid was, zodat zij heeft gevraagd om een nadere toelichting, maar dat die er niet is gekomen.
‘Laden en kantelen bij de carousel ipv laden met bovenloopkraan [gedaagde in conventie] : inzet 130 tonner vervalt; extra inzet 400 Tonner op 06-11-2018//08.30 uur tot 17.00 uur; Extra inzet spanbok incl. aan en afvoer; Extra inzet 250 tonner op 06-11-2018//08.00 uur tot 17.30 uur en Extra hijsplan (zit al in post engineering)’(posten 3 t/m 7 van het meerwerkoverzicht, productie 26 van Mammoet) aan dat zij heeft aangegeven dat het bodemdeel bij de tweede transportpoging op een andere locatie stond, zodat daarmee inderdaad een inzet van ander materiaal logisch is. [gedaagde in conventie] stelt dat wel door haar is aangegeven dat over de uren nader gesproken diende te worden en over alle meerwerkposten overeenstemming moest worden bereikt.
‘Zadels eerst op het ponton hijsen met met 70 tonner + diverse werkzaamheden ondersteuningsframe inzet op 06-11-2018 tot en met 09-11-2018’(post 12 van het meerwerkoverzicht, productie 26 van Mammoet) voert [gedaagde in conventie] aan dat zij akkoord is gegaan met een bedrag van € 660,00 en niet met het vervolgens in rekening gebrachte bedrag van € 4.318,00. [gedaagde in conventie] voert ten aanzien van post 34
‘Extra kleppen in te zetten bij transport DOW Farmsum (ivm horizontaal rijden), huur 7-11-2018 tm wk 50 meegenomen’(post 14 op het meerwerkoverzicht, productie 26 van Mammoet) aan dat zij akkoord is gegaan met een bedrag van € 300,00 en dat vervolgens een bedrag van € 3.450,00 is gefactureerd. Ten aanzien van post 36
‘Zwaardere kraan (700 tonner ipv 500 tonner) voor het lossen op terrein DOW (verschil in tarief) + extra draaiuren omdat dit langer gaat duren + uitloop naar zaterdag 17-11’(posten 16 en 17 op het meerwerkoverzicht, productie 26 van Mammoet) voert [gedaagde in conventie] aan dat zij akkoord heeft gegeven op inzet van een zwaardere kraan en twee uur extra inzet van die kraan maar dat Mammoet vervolgens meer heeft gefactureerd dan het in beginsel akkoord bevonden bedrag. Ook ten aanzien van post 37
‘Extra inzet staartkraan (250 tonner) voor het kantelen direct aan de kade DOW’(post 18 op het meerwerkoverzicht, productie 26 van Mammoet) voert [gedaagde in conventie] aan dat een ander bedrag is gefactureerd dan het bedrag waarmee [gedaagde in conventie] akkoord is gegaan.
‘Extra te verwijderen obstakels terrein DOW niet in budget opgenomen = stelpost’(post 20 op het meerwerkoverzicht, productie 26 van Mammoet) voert [gedaagde in conventie] aan dat het een stelpost van € 3.000,00 betreft en dat Mammoet nimmer enige verantwoording over de invulling heeft gegeven.
- [factuurnummer 9] d.d. 5 juni 2020 ad € 20.255,40
- [factuurnummer 10] d.d. 5 juni 2020 ad € 90.266,00
- [factuurnummer 11] d.d. 5 juni 2020 ad € 50.670,26
‘totaal akkoord op 13-11’het bedrag van € 45.336,00. De rechtbank leidt hieruit af dat de op 13-11 akkoord bevonden bedragen van in totaal € 45.336,00 op 15 november 2018 zijn gefactureerd. Bij de posten extra inzet 400 tonner staat vermeld
‘ingediend 13-11 conform akkoord 2-11 [naam 3] ’. Gelet hierop had [gedaagde in conventie] haar verweer nader dienen te onderbouwen. Dit heeft zij echter nagelaten.
‘ingediend 13-11 conform akkoord 2-11 [naam 3] ’, waaruit de rechtbank afleidt dat deze kosten nog niet op 15 november 2018 zijn gefactureerd, zodat [gedaagde in conventie] haar verweer had dienen toe te lichten.
‘Stilstaand personeel en kranen (250 tonner en 700 tonner op 22-11 7:00-8:15 ivm niet aanwezig zijnde werkvergunning en werkvergunningshouder DOW (die om 7:50 uur binnenkwam).’Mammoet stelt dat het meerwerkoverzicht op 26 november 2018 door [naam 2] van Mammoet met [naam 4] van [gedaagde in conventie] is besproken, zodat [gedaagde in conventie] wist van de stilstand en de extra kosten die daardoor waren gemaakt. Hier heeft [gedaagde in conventie] niet meer op gereageerd, terwijl dit wel op haar weg had gelegen. Het verweer van [gedaagde in conventie] wordt dan ook als onvoldoende feitelijk onderbouwd verworpen.
€ 7.801,00(3,0 punten × tarief € 1.770,00 en 1,0 punt x tarief € 2.491,00 (mondelinge behandeling))