ECLI:NL:RBZWB:2023:9188
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor tijdelijk festival in strijd met bestemmingsplan
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om een omgevingsvergunning te verlenen voor het houden van een eendaags festival op een locatie met een recreatieve bestemming en een dubbelbestemming als ecologische hoofdstructuur. Het festival vond reeds plaats in 2022, maar vanwege de terugkerende aard van het evenement heeft de rechtbank geoordeeld dat eiseres procesbelang heeft.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 4, elfde lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) over de maximale termijn van tien jaar voor tijdelijke afwijkingsvergunningen. Eiseres stelde dat de termijn van tien jaar aaneengesloten moet zijn en dat eerdere vergunningen voor festivals op deze locatie deze termijn al overschreden. Het college en de rechtbank volgden echter de uitleg dat de termijn betrekking heeft op de opgetelde duur van de tijdelijke vergunningen, waarbij tussenliggende periodes zonder vergunning niet meetellen.
Daarnaast heeft de rechtbank het college een ruime beleidsruimte toegekend bij de belangenafweging, waarbij de ecologische en geluidseffecten uitgebreid zijn onderzocht en passende maatregelen zijn getroffen. De stellingen van eiseres over bodemverdichting en bomenkap zijn onvoldoende onderbouwd en de tijdelijke aard van de effecten is aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeert dat het college de vergunning terecht heeft verleend in overeenstemming met het recht en verklaart het beroep ongegrond. De omgevingsvergunning blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het festival is ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.