In deze kortgedingprocedure staat centraal of tussen eiser en gedaagde een huurovereenkomst is gesloten, waardoor gedaagde verplicht is eiser toegang tot een kamer te verlenen en de sleutels daarvan te overhandigen. Gedaagde betwist het bestaan van een huurovereenkomst en stelt dat deze pas tot stand komt bij sleuteloverdracht en inspectie.
De kantonrechter stelt vast dat een huurovereenkomst vormvrij tot stand kan komen door aanbod en aanvaarding, en dat het feit dat de overeenkomst niet door gedaagde is ondertekend en later dan de ingangsdatum is ontvangen, niet aan de totstandkoming afdoet. Uit de communicatie en gedragingen blijkt dat gedaagde bereid was de overeenkomst te laten ingaan en de sleuteloverdracht te regelen, ook na de ingangsdatum.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst is gesloten en dat gedaagde eiser toegang moet verschaffen en de sleutels moet overhandigen. Ter waarborging van nakoming wordt een dwangsom van € 100 per dag tot maximaal € 10.000 toegekend. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.