De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 december 2023 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de verlenging van een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2009 en 2011. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van beide maatregelen vanwege de voortdurende problematische thuissituatie en de noodzaak van bescherming van de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn vertegenwoordigers van de GI en begeleiders van de woongroep gehoord. De ouders waren niet aanwezig; de vader had zich verontschuldigd. De minderjarigen gaven aan zich veilig te voelen op de woongroep en wilden niet terug naar de vader. De GI bleek tekort te schieten in haar taken, zoals het ontbreken van een vaste jeugdzorgwerker en onvoldoende regievoering, wat de kinderrechter zorgelijk achtte.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervuld. De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor een jaar, de machtiging tot uithuisplaatsing voor twee maanden. Daarnaast is een bijzondere curator benoemd om de belangen van de minderjarigen adequaat te behartigen, gezien het gebrek aan voldoende vertegenwoordiging door de GI en de problematische ouderlijke betrokkenheid.
De bijzondere curator krijgt de opdracht de behoeften en omstandigheden van de kinderen te inventariseren en waar mogelijk te verbeteren, met een verslag van bevindingen aan de rechtbank. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de hulpverlening te waarborgen.