ECLI:NL:RBZWB:2023:9234
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning te Middelburg voor belastingjaar 2021
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning te Middelburg, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op €201.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. Belanghebbende vordert een lagere waarde van maximaal €155.000.
De rechtbank toetst de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald aan de hand van verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rondom de waardepeildatum. De heffingsambtenaar heeft drie referentiewoningen gebruikt die qua ligging, bouwjaar, inhoud en grondoppervlakte voldoende vergelijkbaar zijn en recentelijk zijn verkocht.
Belanghebbende stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde staat van de woning, terwijl de heffingsambtenaar dit weerspreekt met een taxatierapport waarin onder meer blijkt dat keuken en toilet recent zijn vernieuwd. Ook is een correctie toegepast voor verschillen in onderhoud en voorzieningen tussen de woning en referentiewoningen. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan en de WOZ-waarde terecht is vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €201.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.