De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2017. De minderjarige woont deels bij de moeder en deels bij de pleegoma. De moeder heeft het ouderlijk gezag. De rechtbank hield op 15 december 2023 een mondelinge behandeling met gesloten deuren.
De GI lichtte toe dat de moeder weliswaar de SDW in huis toelaat en de minderjarige naar pleegoma en speltherapie laat gaan, maar nog niet openstaat voor feedback en adviezen, waardoor hulpverlening niet goed van de grond komt. De vader heeft geen contact meer met de minderjarige en wil ook niet meewerken aan afscheid. De moeder erkent dat het contact met de vader is verbroken, werkt mee aan hulpverlening en staat het verblijf bij de pleegoma in het weekend toe.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Positieve ontwikkelingen zijn zichtbaar, maar de maatregel moet worden verlengd om deze voort te zetten. De verlenging wordt beperkt tot zes maanden, waarna een nadere beoordeling volgt op basis van een schriftelijk verslag van de GI. Ook de machtiging tot uithuisplaatsing wordt met zes maanden verlengd. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een pro forma zitting is gepland op 30 mei 2024 voor verdere behandeling.