Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 november 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
“Huur opgezegd ter voorkoming van een gerechtelijke procedure”.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De moeder van de huurder huurde sinds 1984 de woning, waarna de huurder medehuurder werd en sinds het overlijden van zijn moeder in 2021 de enige huurder is. De verhuurder ontving meldingen van overlast en bij een politiehuiszoeking werden drugs en druggerelateerde materialen aangetroffen in de woning. De verhuurder stelde de huurder in gebreke en bood de mogelijkheid tot vrijwillige opzegging van de huurovereenkomst.
De bewindvoerder van de huurder zegde de huurovereenkomst op zonder instemming van de huurder, maar met het oog op diens vermogensrechtelijke belangen. De burgemeester maakte een sluiting van de woning wegens drugshandel bekend. De huurder ontruimde de woning niet, waarna de verhuurder een ontruimingsvordering instelde.
De rechtbank oordeelt dat de opzegging door de bewindvoerder rechtsgeldig was, ook zonder voorafgaande machtiging van de kantonrechter, en dat de huurder sindsdien zonder recht in de woning verblijft. De ontruimingsvordering wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van twee maanden. Tevens wordt de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van huur vanaf de datum van opzegging en de proceskosten.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt toegewezen en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huur en proceskosten.