Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
- het sepot van 21 april 2023;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 november 2023 het verzoek van de verdachte tot toekenning van een schadevergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro. Het verzoek betrof kosten van rechtsbijstand en de behandeling van het verzoekschrift. De officier van justitie had het strafrechtelijk onderzoek geseponeerd op basis van medeschuld van de benadeelde, een beleidssepot.
Namens verzoeker werd aangevoerd dat ondanks het sepot er toch gronden van billijkheid zijn voor vergoeding, omdat niet onmiskenbaar was dat tot veroordeling zou worden gekomen. De officier van justitie stelde dat het sepot zorgvuldig was afgewogen en dat de verdenking door het niet melden en weglopen door verzoeker over zichzelf was afgeroepen.
De rechtbank oordeelde dat het sepot niet automatisch recht geeft op vergoeding. Gezien de ernst van de bezwaren in het dossier die een veroordeling niet op voorhand uitsluiten, zijn er geen gronden van billijkheid voor vergoeding. Daarom werd het verzoek tot schadevergoeding en de forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoekschrift afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toekenning van een schadevergoeding wordt afgewezen wegens beleidssepot en ernstige bezwaren die veroordeling niet uitsluiten.