Uitspraak
Cemento Real Estate B.V.,
[opposant 2],
[opposant 3],
[opposant 4],
[opposant 5],
1.Het verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
726,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een vordering van de huurder tot herstel van gebreken in de huurwoning en een huurprijsvermindering vanwege deze gebreken. Tijdens de procedure heeft de verhuurder de gebreken, zoals lekkages en tocht bij ramen en deuren, hersteld. De kantonrechter constateert dat alle door de huurder gestelde gebreken inmiddels zijn verholpen, waardoor het herstelvordering belang mist.
De kantonrechter beoordeelt vervolgens of de gebreken een huurprijsvermindering rechtvaardigen. Hierbij geldt dat alleen gebreken die na 8 april 2021 aanwezig waren in aanmerking komen vanwege de wettelijke termijn. De huurder heeft onvoldoende onderbouwd dat de gebreken substantieel het huurgenot hebben aangetast. Zo is het tochtprobleem bij de keukendeur opgelost en het gebrek niet als substantieel aangemerkt. Lekkages en schimmel zijn onvoldoende bewezen en ook het niet functioneren van elektra leidde niet tot wezenlijke aantasting.
De gevorderde huurprijsvermindering wordt daarom afgewezen. Wel worden de door huurder gemaakte expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, omdat de gebreken wel hebben bestaan en de verhuurder aansprakelijk is. Tevens worden proceskosten en wettelijke rente toegewezen. Het eerdere vonnis wordt vernietigd en de verhuurder veroordeeld tot betaling van € 3.021,65 plus rente en kosten.
Uitkomst: De gevorderde huurprijsvermindering wordt afgewezen omdat de gebreken zijn hersteld en niet substantieel het huurgenot hebben aangetast.