AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Heropening onderzoek vergoeding kosten rechtsbijstand na niet-ontvankelijkverklaring OM
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 530 SvPro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand na een strafzaak die eindigde met een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. Zij vordert een vergoeding van €3.530,91 plus forfaitaire kosten voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.
De officier van justitie verzet zich tegen het verzoek, stellende dat de zaak gering complex was en de kosten die na de zitting zijn gemaakt niet voor vergoeding in aanmerking komen. Tijdens de raadkamerzitting was de advocaat van verzoekster verhinderd en verzoekster zelf was niet aanwezig.
De rechtbank constateert dat de strafzaak gelijktijdig is behandeld met een andere zaak waarin een veroordeling is uitgesproken en een toevoeging is verstrekt. De advocaat heeft echter onvoldoende inzicht gegeven in de tijdsbesteding en declaraties met betrekking tot de samenhangende zaken.
Gezien het ontbreken van volledige informatie acht de rechtbank het niet mogelijk om nu een billijke vergoeding toe te kennen en besluit het onderzoek te heropenen. De zaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris om nadere informatie op te vragen bij de Raad voor Rechtsbijstand over de vergoeding en toevoeging in de samenhangende zaak. De behandeling wordt aangehouden tot nader order.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de rechter-commissaris, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-048725-20
rk-nummer: 23-006253
HEROPENING ONDERZOEK
Tussenbeslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 vanPro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 vanPro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 8 maart 2023, in de zaak:
[verzoekster]
geboren op [geboortedag] 1991
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M. Hoevers, Maliesingel 2 te 3581 BA Utrecht.
Verzoekster is [verzoekster] voornoemd.
1.De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 SvProten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 3.630,91, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 25 januari 2023 waarbij het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 6 oktober 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. I.J.M. van der Hamsvoord gehoord. De advocaat van verzoekster, mr. M. Hoevers, is – met bericht van verhindering – niet verschenen in raadkamer.
Verzoekster is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoekster is aangevoerd dat de strafzaak tegen haar is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, namelijk met een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. Verzoekster heeft kosten voor rechtsbijstand gemaakt in het kader van de strafzaak. Verzocht wordt om haar hiervoor een vergoeding toe te kennen ter hoogte van € 3.530,91, te vermeerderen met de forfaitaire kosten voor de indiening en behandeling van het verzoek.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het verzoek in zijn geheel dient te worden afgewezen. Een vergoeding wordt niet redelijk en billijk geacht gelet op de geringe complexiteit van de strafzaak en de omvang van het procesdossier. Voorts zijn er kosten gemaakt na de zitting. Deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, gelet op de uitspraak en de raadsman bij de zitting aanwezig was.
2.De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 SvPro kan aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in de kosten van een raadsman als het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is verklaard
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze zaak ter zitting tegelijkertijd is behandeld met de zaak met parketnummer 02-048000-20 (mishandeling). In die zaak heeft een veroordeling plaatsgevonden. In verband daarmee heeft de rechtbank voorafgaand aan de zitting van aan de advocaat de vraag gesteld of er in de gelijktijdig behandelde zaak een toevoeging was verstrekt en gedeclareerd. Voor zover dat het geval was heeft de rechtbank aan de advocaat verzocht de daarbij gedeclareerde uren alsmede de vaststelling vergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand in het geding te brengen.
Zeer kort voor de zitting heeft de advocaat per e-mail laten weten dat hij verhinderd was om te verschijnen en dat hij er geen bezwaar tegen had dat de zaak zonder zijn afwezigheid zou worden afgedaan. In antwoord op de vragen van de rechtbank heeft de advocaat geantwoord:
In de tegelijkertijd, maar niet gevoegde zaak is een toevoeging afgegeven. Deze is inmiddels gedeclareerd. Ik heb in die zaak geen uren bijgehouden, omdat dit forfaitair op 18 uren is gesteld.
Het is de rechtbank evenwel bekend dat op de “aanvraag vergoeding strafzaak” onder andere wordt gevraagd naar het aantal bestede uren, de reiskosten en -tijd, samenhang met andere zaken en of er recht bestaat op vergoeding van kosten door derden.
Gelet op het onvolledige antwoord van de advocaat stelt de rechtbank vast dat ondanks uitdrukkelijk verzoek geen inzicht is gegeven in de verdeling van de tijdsbesteding ten aanzien van de samenhangende zaken en andere relevante omstandigheden die voor de beoordeling van dit verzoek van belang kunnen zijn. Er kan daarom thans niet worden vastgesteld alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn voor het vergoeden van de kosten.
De rechtbank zal daarom op grond van artikel 23 lid 1 WetboekPro van strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 316 SvPro het onderzoek verwijzen voor nader onderzoek door de rechter-commissaris en stelt daartoe de stukken in handen van de rechter-commissaris.
De rechtbank verzoekt de rechter-commissaris bij de Raad voor Rechtsbijstand een afschrift van de “aanvraag vergoeding strafzaak” en de “vaststelling vergoeding toevoeging” met betrekking tot parketnummer 02-048000-20 op te vragen en tevens informatie in te winnen of in de zaak met parketnummer 02-048725-20 een toevoeging is verstrekt.
3.De beslissing
De rechtbank
- heropent het onderzoek en houdt de behandeling van het verzoekschrift aan voor onbepaalde tijd;
- bepaalt dat verzoekster, de advocaat en een tolk in de Poolse taal dienen te worden opgeroepen tegen het tijdstip waarop het onderzoek in raadkamer wordt voortgezet;
- verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de rechter-commissaris teneinde bij de Raad voor Rechtsbijstand de “aanvraag vergoeding strafzaak” en de “vaststelling vergoeding toevoeging” met betrekking tot parketnummer 02-048000-20 op te vragen en tevens informatie in te winnen of in de zaak met parketnummer 02-048725-20 een toevoeging is verstrekt;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is op 20 oktober 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 oktober 2023.