ECLI:NL:RBZWB:2023:9331

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 oktober 2023
Publicatiedatum
5 januari 2024
Zaaknummer
RK 23-008177
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand van €865,76 en een forfaitaire vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift. De strafzaak tegen verzoeker was geseponeerd, waardoor geen strafoplegging volgde.

De rechtbank hield op 6 oktober 2023 een raadkameronderzoek waarbij de officier van justitie en de gemachtigde advocaat van verzoeker werden gehoord. Verzoeker was opgeroepen maar niet aanwezig. De advocaat voerde aan dat verzoeker niet eerder op de hoogte was van het sepotbesluit en dat de kosten naar eer en geweten waren gemaakt.

De officier van justitie wijzigde haar standpunt en erkende de ontvankelijkheid van het verzoek. De rechtbank oordeelde dat de vergoeding van €865,76 voor rechtsbijstand en €680,00 voor de behandeling van het verzoekschrift billijk en toewijsbaar zijn.

De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde dat het totaalbedrag van €1.545,76 wordt overgemaakt aan de advocaat van verzoeker. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en behandeling verzoekschrift wordt toegewezen voor een totaalbedrag van €1.545,76.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-305169-22
rk-nummer: 23-008177
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 29 maart 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 2005 te [plaats]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. A.M.J. Joris, Molenstraat 10 te 4701 JS Roosendaal.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 865,76, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 23 november 2022;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 6 oktober 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. I.J.M. van der Hamsvoord en mr. A.M.J. Joris als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak tegen hem is geseponeerd. Verzoeker heeft kosten voor rechtsbijstand gemaakt in verband met de strafzaak. Verzocht wordt om hem hiervoor een vergoeding toe te kennen ter hoogte van € 865,76, te vermeerderen met de kosten voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.
In raadkamer heeft de advocaat gepersisteerd bij het ingediende verzoekschrift. In aanvulling daarop is aangevoerd dat verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoekschrift, nu verzoeker niet eerder op de hoogte was van de sepotbeslissing. De advocaat is via het advocatenportaal op de hoogte geraakt van het sepot, waarna onderhavig verzoekschrift is ingediend. De verzochte kosten zijn naar eer en geweten in rekening gebracht door de advocaat. Er zijn zeer weinig uren gedeclareerd en de reiskosten zijn gebaseerd op het uurtarief. Tot slot is te kennen gegeven dat in onderhavige zaak niet op basis van toevoeging is geprocedeerd.
De officier van justitie heeft in raadkamer het eerder ingenomen schriftelijke standpunt gewijzigd en zich op het standpunt gesteld dat – gelet op hetgeen in raadkamer door de advocaat is aangevoerd – verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoekschrift en dat het verzoek in zijn geheel kan worden toegewezen.

2. De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro kan aan de gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden alsmede in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 865,76is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.545,76, bestaande uit:
- € 865,76 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.545,76zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, onder vermelding van “Schadevergoeding [verzoeker] /OM”.
Deze beslissing is op 20 oktober 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 oktober 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).