De Stichting Jeugdbescherming West Zeeland verzocht de rechtbank om een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2010 en 2011, vanwege onveilige thuissituatie door huiselijk geweld, met name veroorzaakt door de partner van de moeder. De minderjarigen verbleven feitelijk bij de grootouders moederszijde sinds november 2023.
Tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren werden de minderjarigen gehoord en spraken de ouders en hun advocaten. De moeder erkende het huiselijk geweld, maar nuanceerde het beeld van de partner. De vader steunde het verzoek en maakte bezwaar tegen de aanwezigheid van de partner bij de zitting.
De kinderrechter oordeelde dat de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarigen ernstig in gevaar zijn door het geweld en dat het verblijf bij de grootouders rust en veiligheid biedt. Daarom werd de machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden verleend, met de verwachting dat de moeder meewerkt aan hulpverlening en de situatie wordt gemonitord.