ECLI:NL:RBZWB:2023:9335
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Huurder accepteert voorstel huuraanpassing en vorderingen deels toegewezen
In deze bodemzaak voor de Rechtbank Zeeland-West-Brabant stond een geschil tussen huurder en verhuurder omtrent de huurprijs en de voortzetting van de huurovereenkomst centraal.
Na een tussenvonnis van 22 november 2023 is de huurder in de gelegenheid gesteld een voorstel tot het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst te aanvaarden. De huurder heeft dit voorstel, dat gebaseerd is op het ROZ-model met jaarlijkse huurprijsaanpassing conform de wettelijke indexering, geaccepteerd.
Hierdoor is de grondslag voor beëindiging van de huurovereenkomst komen te vervallen en is deze vordering afgewezen. De vorderingen van de verhuurder met betrekking tot de huurprijs per 1 januari 2021 en betaling van achterstallige huur zijn toegewezen. De vordering van de huurder tot verklaring voor recht dat het huurverhogingsvoorstel niet redelijk is, is afgewezen.
Beide partijen zijn veroordeeld in de proceskosten, waarbij de huurder de proceskosten zowel in conventie als in reconventie moet betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2023.
Uitkomst: De huurder accepteert het voorstel tot nieuwe huurovereenkomst, waardoor beëindiging wordt afgewezen en achterstallige huur wordt toegewezen.