Uitspraak
Jeugdbescherming west Zeeland,
1.Het verloop van de procedure
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- de oma;
- de opa en de stiefoma;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 december 2023 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zeeland te benoemen tot voogd over een minderjarige geboren in 2023. De moeder van het kind is zelf minderjarig en staat onder het ouderlijk gezag van haar ouders. De moeder woont met het kind bij haar ouders, maar de relatie met de opa en stiefoma verloopt moeizaam en er bestaat vrees voor conflicten.
De biologische vader is bekend, maar heeft het kind niet erkend en er is geen informatie over hem verstrekt, waardoor het niet mogelijk is hem met het gezag te belasten. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind en de moeder is dat een neutrale derde, namelijk de gecertificeerde instelling, de voogdij krijgt toegewezen.
De opa en stiefoma wilden aanvankelijk zelf voogd worden, maar stemden uiteindelijk in met het verzoek van de Raad. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat deze direct kan worden uitgevoerd, ook bij eventueel hoger beroep. De uitspraak werd mondeling gegeven door rechter Dijkman en schriftelijk vastgesteld op 2 januari 2024.
Uitkomst: De rechtbank benoemt Jeugdbescherming west Zeeland tot voogd over de minderjarige en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.