Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het stilstaan op het trottoir aan de René Norenburgstraat te Tilburg op 18 mei 2022. De boete werd opgelegd omdat parkeren op het trottoir niet is toegestaan. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de boete onredelijk was gezien de omstandigheden, waaronder het uitladen van verf en het verzorgen van huisdieren, en dat er sprake was van willekeur omdat een ander voertuig op hetzelfde moment op dezelfde wijze geparkeerd stond zonder boete.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de gedraging vaststaat en dat parkeren op het trottoir niet is toegestaan, ongeacht de parkeernood. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd. Echter, gezien de omstandigheden waaronder betrokkene parkeerde, de geringe hinder die werd veroorzaakt, en de beleidsmatige aankondiging van een uitbreiding van de betaalde parkeerzone die de parkeernood zal verminderen, achtte de kantonrechter matiging van de boete op zijn plaats.
De boete werd daarom gematigd tot de helft van het oorspronkelijke bedrag, namelijk € 50 plus € 9 administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen aan betrokkene.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter G.J.L. Schakenraad op 7 november 2023 te Tilburg.
Uitkomst: De boete voor stilstaan op het trottoir is gematigd tot de helft wegens parkeernood en geringe hinder.