Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn motorrijtuig op 10 januari 2022 niet verzekerd was, vastgesteld door de RDW. Betrokkene voerde aan dat het voertuig sinds november 2021 in beslag was genomen in België en dat hij daarom zijn verzekering had opgezegd, zonder te weten dat hij ook de verzekering moest opschorten. Tevens stelde hij dat het voertuig niet op de openbare weg stond op het moment van constatering.
De officier van justitie stelde dat het voertuig nooit verzekerd is geweest en dat betrokkene als kentekenhouder had moeten weten dat hij het voertuig moest schorsen. De kantonrechter achtte de overtreding bewezen op basis van de verklaring van de verbalisant en stelde dat het risico voor het niet verzekeren of schorsen voor rekening van de kentekenhouder komt.
Gezien de omstandigheden en de acties die betrokkene na de overtreding heeft ondernomen, matigde de kantonrechter de boete tot de helft. Ook werd bepaald dat het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling door de officier van justitie aan betrokkene moet worden terugbetaald. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot de helft met terugbetaling van te veel betaalde zekerheid.