ECLI:NL:RBZWB:2023:9366

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
10105229 MB VERZ 22-919
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.J.L. Schakenraad
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Artikel 2, lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens ontbreken samenhang in zaken

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens te hard rijden buiten de bebouwde kom op de Burg Letschertweg te Tilburg op 17 juni 2020. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep vernietigde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 7 november 2023 stelde de gemachtigde dat er geen samenhang bestond tussen deze zaak en andere zaken, hetgeen door de officier van justitie onvoldoende was gemotiveerd. De kantonrechter oordeelde dat de officier ten onrechte samenhang met 18 andere zaken had aangenomen.

Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De proceskostenvergoeding werd aangepast met een lagere wegingsfactor voor de fase bij de kantonrechter. De totale vergoeding werd vastgesteld op €866,25, waarvan een nabetaling van €832,87 aan de gemachtigde moet worden gedaan.

De uitspraak is gedaan door kantonrechter G.J.L. Schakenraad en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangepast en toegekend aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10105229 \ MB VERZ 22-919
CJIB-nummer : 7062 5422 3435 7456
uitspraakdatum : 7 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. P.C. van den Aarsen (Skandara)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep vernietigd. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 25 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Burg Letschertweg te Tilburg op 17 juni 2020 om 14:49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift aangevoerd dat verschillende kantonrechters reeds hebben geoordeeld dat geen sprake is van samenhang in de onderhavige zaken. Deze uitspraken zijn in het dossier bijgevoegd. De officier van justitie heeft onvoldoende gemotiveerd om welke reden de zaken samenhangend zouden zijn. Ook heeft het CVOM 0,5 punt toegekend voor de hoorziting. Gemachtigde verzoekt om één punt toe te kennen. Gemachtigde verzoekt ook een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het beroepschrift, samen met de andere beroepschriften, onterecht als samenhangend is aangemerkt. Gelet daarop dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Overwegingen

Met de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van samenhangende zaken. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 18 andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
Bij de berekening van de proceskostenvergoeding wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 597,- = € 298,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 597,- = € 149,25
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 837,- = € 209,25
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 837,- =
€ 209,25
totaal € 866,25
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 600,75 / 18 = € 33,38, zodat de nabetaling € 832,87 bedraagt.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op 18 samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 866,25;
‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 832,87 dient (na) te betalen aan Skandara.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: