Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vervoeren van een rolstoelpassagier zonder gebruik van een veiligheidsgordel op 14 februari 2022 in Tilburg. Betrokkene stelde dat de passagier wel een gordel droeg, maar deze mogelijk tijdens de rit zelf had losgemaakt. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 7 november 2023 verscheen alleen de vertegenwoordiger van het OM. De kantonrechter oordeelde dat de toegepaste feitcode (R535S) onjuist was en dat de feitcode met een hoger sanctiebedrag (R535E) had moeten worden gebruikt. Omdat wijziging van de feitcode niet mogelijk is en betrokkene hierdoor in zijn belangen wordt geschaad, werd het beroep gegrond verklaard.
De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het betaalde bedrag van €159,- aan betrokkene terug te betalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boetebeschikking is vernietigd.