Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete voor het rijden met een snelheid van 11 km/u boven de toegestane limiet binnen de bebouwde kom te Tilburg op 18 februari 2023. Betrokkene, een autoverhuurbedrijf, stelde dat het voertuig op dat moment verhuurd was en verzocht de boete door te sturen naar de huurder. Hoewel aanvankelijk een verkeerde huurovereenkomst werd overlegd, werd ter zitting duidelijk dat het om dezelfde klant ging en werd een geldige huurovereenkomst getoond.
De officier van justitie had het beroep ongegrond verklaard, maar de kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 5 en Pro 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) de boete niet aan de kentekenhouder mag worden opgelegd als het voertuig bedrijfsmatig is verhuurd. Betrokkene had dit voldoende onderbouwd met een geldige huurovereenkomst.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €111,-. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd vanwege verhuur van het voertuig tijdens de overtreding.