Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het rijden met een snelheid van 5 km/u boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom in Tilburg op 17 februari 2023. Betrokkene, een autoverhuurbedrijf, stelde dat het voertuig op dat moment was verhuurd en verzocht de boete door te sturen naar de huurder.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 5 van Pro de Wahv de boete aan de kentekenhouder wordt opgelegd tenzij deze kan aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig is verhuurd. Betrokkene overhandigde een geldige huurovereenkomst die deze uitzondering bevestigde. Hierdoor stond vast dat de boete ten onrechte aan betrokkene was opgelegd.
De beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete werd opgelegd werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het betaalde bedrag van €42,- aan betrokkene terug te betalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd omdat het voertuig was verhuurd aan een derde.