Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 418,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden. Betrokkene voerde aan dat de feitcode onjuist was, omdat hij geen vergunning had en dus niet in strijd kon handelen met vergunningvoorwaarden.
De officier van justitie stelde dat de feitcode moest worden gewijzigd naar parkeren zonder vergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders, maar dat het beroep inhoudelijk ongegrond moest worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de oorspronkelijke feitcode niet juist was en wijzigde deze naar de correcte feitcode R397I, met dezelfde boetehoogte.
De rechtbank vond dat betrokkene hierdoor niet in zijn belangen werd geschaad, omdat de gedraging duidelijk was en hetzelfde feitencomplex aan de orde was. De verklaring van de verbalisant bood voldoende bewijs dat de gedraging had plaatsgevonden. Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard vanwege de feitcodewijziging, het overige inhoudelijk ongegrond, en werd een proceskostenvergoeding van €717 toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard door wijziging van de feitcode, inhoudelijk verder ongegrond, met toekenning van een proceskostenvergoeding van €717.