Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[bedrijf] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het stilstaan op het trottoir aan de Westsingel te Goes op 7 december 2021. Betrokkene stelde dat het geen trottoir was maar een eigen terrein met een verlaagde trottoirrand en dat er voldoende ruimte was om te parkeren zonder overlast. Ook voerde hij aan dat hij hier al 15 tot 20 jaar ongestraft parkeerde.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het niet om een gedoogbeleid ging en dat de bestrating en aanwezige bankjes wezen op een trottoir en geen parkeerplaats. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat het een trottoir betrof, ondanks de hoogte gelijk aan het wegdek.
De kantonrechter matigde de boete echter tot nihil vanwege de langdurige ongestrafte praktijk en de redelijke veronderstelling van betrokkene dat parkeren daar was toegestaan. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €109 terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Boete voor parkeren op trottoir bevestigd maar gematigd tot nihil vanwege langdurige ongestrafte praktijk.